Sneeuwklokjes voor Grietje

Boerenbont. Zo heette het bedrukte katoen waar vrouwen rond 1890 hun dagelijkse jasjes van maakten. Eigentijds en praktisch was de witte stof, bedrukt met blauwe of rode bloemenmotieven of ruiten. Veelzijdig was het ook. In andere streken van ons land maakten ze er ook zogenaamde ‘kraplappen’ van, een soort topje van twee lappen dat in de taille bij elkaar gestrikt werd. Of beddengoed voor in de bedstee. 

 

Arts and crafts
Het MOW heeft in haar collectie een fraai jasje van katoenen stof met een sneeuwklokjes-motief. In eerste instantie lijkt het op boerenbont, maar als je het beter bestudeert zie je dat de bloemen gestileerd zijn: ze golven als het ware over de stof. Hiermee komen we op een specifieke stijlperiode in de geschiedenis, dat bekend staat als Jugendstil of Art Nouveau. In Engeland werd deze periode Arts and Crafts genoemd, met als boegbeeld ontwerper William Morris. De stofbedrukking van het sneeuwklokjes-jasje is in de stijl van deze William Morris.

Patroon Boerenbont, privé-collectie Wildebloumkes.

Patroon Marigold, William Morris

Patroon sneeuwklokjes van het jasje uit de collectie van het MOW.

 

Stof kopen
Hoe kwam een vrouw van eenvoudige komaf in oostelijk Groningen meer dan honderd jaar geleden aan trendy ‘Morris-look-a-like’ sneeuwklokjes-stof? Misschien kocht ze het aan de deur bij een ‘kiepkerel’, een marskramer? Vooral de ‘kiepkerels’ uit Duitsland hadden mooie stoffen te koop. Eén van die kiepkerels, Abel Dröge, vestigde zich rond 1868 in Winschoten en opende daar een stoffenzaak, een zogenaamde manufacturenwinkel. Dit familiebedrijf kreeg ook een agentschap in Amsterdam. Het schijnt dat Dröge grossierde in streekdrachtstoffen en aan vele winkels in ons land leverde. Ze kan de stof dus ook gewoon bij Dröge in Winschoten of bij een manufacturenwinkel in Bellingwolde of Nieuweschans hebben gekocht.

 

Grietje
Mijn overgrootmoeder Grietje de Lange was de kleindochter van zo’n Westfaalse ‘kiepkerel’. Haar grootvader heette Gerhard Hinrich Niendieker. Hij vestigde zich in Nederland, vernederlandste zelfs zijn naam in Geerd Hindrik Niggendijker en werd boerenknecht. Grietje woonde met haar ouders, schipperszoon Berend Friedriks de Lange en Hemke Niggendijker, in het arbeidershuisje van de boerenplaats van Helenius Edzes en Frouwe Zijlker aan de Hamdijk, de weg van Oudeschans naar Nieuweschans. Ze werd dienstmeisje bij Edzes en droeg, zoals alle dienstmeisjes, een katoenen jasje, en wie weet was dat jasje wel van sneeuwklokjes-stof! 

Grietje de Lange. Foto: archief Wildebloumkes.

 

Winterwandeling
Februari 1895. Het is zondag. Grietje heeft een vrije dag en loopt van de Hamdijk richting Hutten, op Ulsda, waar haar ‘verkering’ Arend woont. Ze is ingepakt in een grote, zwarte wollen omslagdoek en aan haar pols bungelt een klein, zwart tasje dat ze zelf heeft gemaakt. Zo’n tasje wordt heel deftig ‘reticuultje’ genoemd. Ze heeft ‘hansen’ aan, door moeder gebreide handschoenen. Niet voor de sier zoals de fijne juffers, maar om haar handen te beschermen tegen de koude wind die af en toe de kop op steekt. Maar in de luwte van de grote boerderijen voelt ze gelukkig de warmte van de zon op haar gezicht. Lichtvoetig vervolgt ze haar weg. Ze zou haast gaan drentelen als aan haar voeten geen logge klompen zaten.

 

Slingertuinen

Ze komt langs slingertuinen waar al dotjes sneeuwklokjes bloeien. Die trekken zich ook niets aan van de wind en deinen gewoon mee. Wat fijn dat deze vroege lentebodes er zijn. Jammer dat ze niet een paar mag plukken van de boerin. Wat zouden die bloempjes lief staan op het theekastje met fijn porselein. Maar ze zal moeten wachten tot de wilde pinksterbloemen bloeien. Dan kan ze een groot boeketje van dat teer-paarse moois plukken; daar kan ze zich nu al op verheugen. Ze is al bijna bij Hutten waar de familie rond de potkachel op haar wacht. Ze zal een kopje thee krijgen, zo warm dat de kandij in het kopje knettert. Arend zei dat moeder poffert had gemaakt omdat zij op visite kwam. Misschien is de poffert nog warm. Dat is altijd zo lekker. Ze trekt de omslagdoek dichter om haar schouders en versnelt haar pas. Aan het einde van de zandweg ziet ze het huisje al. 

Het huisje op Ulsda. Op de foto Arend Luppens op latere leeftijd.

Foto: archief Wildebloumkes.

 

2018
Op weg naar huis, kom ik regelmatig langs de plek waar Grietje vaak liep. Ik rij dan door Ulsda over de brug, richting A7. Vroeger kon je op die plek alleen met een veerpondje oversteken. Laatst heb ik nog even voor brugwachter gespeeld. Het MOW is ook toeristisch informatiepunt en vaarrecreanten kunnen de sleutel halen om de brug bij Klein-Ulsda te openen. Toevallig was ik in het museum toen een mevrouw belde voor die sleutel. Ik moest toch die kant op en heb de sleutel gebracht. Sterker nog: ik heb de brug voor haar geopend omdat ze niet wist hoe dat moest. Ik ook niet. Maar: het stoplicht ging aan, de slagbomen gingen naar beneden, de auto’s stopten, de brug ging omhoog en ik wachtte tot de boot aan de andere kant was.

 

Het huisje

Ik keek langs de oever van de rivier, daar waar ooit het huisje van mijn overgrootouders stond. Ik zag in gedachten mijn overgrootmoeder lopen. Een lange, slanke vrouw, gehuld in een omslagdoek, waar een mouw bedrukt met sneeuwklokjes en een ‘hanse’ onderuit piepten. Haar schort wapperde in de wind. 

 

Bronnen:
Collectie van het MOW; jakje met sneeuwklokjes, registratienummer 02297.
Kostuum 2003, Nederlandse Kostuum Vereniging.
www.stylelibrary.com

 

Credits afbeeldingen:

Schilderij Schwerer Gang, Fritz von Uhde, 1890.

 

Productie, tekst en fotografie: Jenny Wildeman Luppens

 

 

 

 

 

Please reload

Please reload

  • Facebook - Black Circle
  • Instagram - Black Circle
  • Pinterest - Black Circle
(C) Jenny Wildeman Luppens
 www.wildebloumkes.nl